HOE VIS IK OP BLANKVOORN?

Blankvoorn zwemt in bijna alle wateren en komt talrijk voor. Vaste stok, feeder en matchhengel zijn de aangewezen technieken om deze witvis te vangen. Voorkeur geniet een perfect uitgelode dobbermontage met dunne lijn, waarbij de vis de minste weerstand ondervindt bij de aanbeet. Maar ook de feeder kan voor verrassende resultaten zorgen als je vist in diepere wateren.

Omdat blankvoorn in tegenstelling tot andere vissoorten gedurende de hele dag aast, maakt hem tevens interressant. En wat dacht je van het vissen op blankvoorn in de koude wintermaanden als de vis massaal in de havens ligt om te overwinteren.

Uiterlijk

De blankvoorn (Rutilus rutilus) is een zijdelings afgeplatte vis met zilverkleurige flanken die behoort tot de karperachtigen (Cyprinidae). De bek is eindstandig (1). Over het algemeen kan de blankvoorn herkend worden aan de rode vlek in de iris boven de pupil (2). In de grote rivieren en andere watertypen zijn de ogen soms bleek. De rug is afhankelijk van de omgeving olijfgroen tot blauwgroen. Borst-, buik- en aarsvinnen lijken vuil- tot felrood. De rug- en staartvinnen grijsrood en alles bij elkaar minder kleurig. Samen met het aantal schubben op de zijlijn (39-48) zijn dit kenmerken waarmee blankvoorn te onderscheiden is van gelijkende karperachtigen zoals rietvoorn, winde en serpeling. De blankvoorn is een vrij slank visje maar wordt langzaam wat hoger van bouw bij een groter formaat.

De bek van rietvoorn is bovenstandig en het oog is gelig van kleur. Bovendien beginnen de rug- en buikvinnen van de blankvoorn op dezelfde hoogte (3). Bij de rietvoorn staan de buikvinnen verder naar voren. Winde heeft kleinere schubben (55-61 op de zijlijn). Serpeling heeft eveneens kleinere schubben (48-55 op de zijlijn) en een onderstandige bek. De ogen van de serpeling zijn ook geel van kleur. De blankvoorn wordt zo'n 45 centimeter groot. Hij bereikt dit formaat vaak in de grote rivieren en in zandafgravingen. In kleinere wateren wordt hij dikwijls niet groter dan 30 centimeter. Hij komt ook vaak in relatief voedselarm water als dominante vis voor en wordt dan niet veel groter dan 25 centimeter. De grootte hangt af van de onderwatervegetatie met het aantal voedseldiertjes en het bestand aan dansmuglarven en mosselen. Ook het bestand aan roofvis beïnvloedt aanzienlijk de gemiddelde omvang.

Leefgebied

Blankvoorn komt in bijna heel Europa voor, in grote delen van Spanje en Italië ontbreekt de soort. Blankvoorn is een generalistische soort die in vrijwel alle watertypen, kleine beekjes en slootjes uitgezonderd, voorkomt.

De paaitijd is in april en mei bij een watertemperatuur van minstens 12 °C. Voor de paai wordt ondiep water opgezocht, soms nog minder dan 15 centimeter diep. De blankvoorn trekt naar geschikte paaigebieden als hij hier de mogelijkheid toe heeft. Ondergelopen gebieden hebben de voorkeur. De paai duurt ongeveer een week. Het aantal eieren is 200.000 per kilogram lichaamsgewicht. Vissen van 15 centimeter zetten ongeveer 16.000 eieren af. De eieren kleven aan stenen en planten. Afhankelijk van de temperatuur komen ze na vijf tot tien dagen uit. De larven blijven nog twee dagen passief aan de planten of stenen hangen waarbij ze teren op hun dooierzak. Daarna beginnen ze voedsel op te nemen. Als de larven 30 mm groot zijn beginnen de schubben zich te ontwikkelen. De groei is relatief langzaam vergeleken met die van windes en brasem. Na drie jaar zijn de blankvoorns paairijp.

Het voedsel bestaat uit ongewervelden, plankton en plantaardig materiaal. De blankvoorn vindt zijn voedsel op zicht, zodat hij in troebel water de concurrentie verliest met de brasem, een vis die zijn voedsel uitfiltert met zijn kieuwzeef. In erg voedselarme wateren zien we vaak blankvoorn en baars als dominante vissen, waarschijnlijk door de van nature langzame groei van deze twee soorten.

Bescherming

Blankvoorn is één van de algemeenste zoetwatervissen in Nederland en is ten opzichte van veel andere soorten minder gevoelig voor waterverontreiniging en morfologische aantasting van wateren.

De beste tijd om blankvoorn te vangen, ligt tussen begin september tot in maart.
Maar met vissen weet je het nooit en zijn er altijd uitzonderingen op de regel!

Geschatte vangkans
september 2017
GOED

TECHNIEKEN

Zowel met een dobbermontage als met een voerkorf is blankvoorn goed te vangen. De keuze is persoonlijk. Maar soms leent de ene techniek zich beter dan de andere, omdat de omstandigheden ernaar vragen. Bij een viswedstrijd, waarbij het doel is zoveel mogelijk vis binnen een korte tijd te vangen, zal men eerder kiezen voor een subtiele dobbermontage met de vaste stok.
Vis je echter in de winter op blankvoorn in een dieper water, dan zul je verder uit de kant moeten vissen op de bodem en dan is de feederhengel of winkle picker de aangewezen hengelsoort.

Met de vaste stok op blankvoorn vissen

De keuze is enorm

Bij deze tactiek is de te bevissen afstand beperkt. Naar gelang de waterdiepte ligt dit ongeveer tussen de hengellengte en anderhalf keer de hengellengte.

Hengel

Vis je recreatief en doe je niet aan wedstrijdvissen, dan is een vaste stok van 7 of 8 meter voldoende. Kies een hengel die licht van gewicht is, om vlug te kunnen reageren op een aanbeet. Vaste stokken van Arca Bifa hebben een goede prijs/kwaliteitsverhouding. In de duurdere prijsklasse de merken Shimano en Preston Innovations

Hoofdlijn

Een nylon lijn tussen de 12/00 en 14/00 is voldoende. Wil je nog dunner gaan, dan is een topelastiek aan te raden. Deze zijn verkrijgbaar in diverse diktes.

Onderlijn

Lus-in-lus

De onderlijn is altijd dunner dan de hoofdlijn. Ook de lengte van de onderlijn speelt een rol. Op de onderlijn worden geen loodjes geplaatst. De onderlijn wordt middels de lus-in-lus knoop aan de hoofdlijn verbonden.

Haken

De bek van een blankvoorn is relatief groot. In principe zou je niet kleiner hoeven te gaan dan haakmaat 16. Van belang is eerder het gewicht en dikte van de haak. Deze voelt de vis immers bij het oppakken van het aas. Vergelijk in de winkel eens verschillende merken haken van dezelfde, door de fabrikant opgegeven, grootte en je zult zien dat deze onderling groter of kleiner lijken.

Dobber

Kies een geschikte dobber voor het type water. Lood zo uit dat alleen nog een centimeter of anderhalf van de antenne boven water uitsteekt. Zo voelt de vis de minste weerstand.

Peilen

Peilloodjes

Een van de belangrijkste onderdelen is het peilen. Dit doe je met behulp van een peilloodje. Het peilen moet altijd recht onder de hengeltop gebeuren. Dus wacht eerst totdat het loodje recht onder de dobber hangt. Bij een zachte bodem kies je een lichter peilloodje om te voorkomen dat deze in de modder wegzakt. Vervolgens til je rustig het loodje een beetje op en laat het weer zakken. Bepaal of de dobber hoger of lager afgesteld moet worden en herhaal de procedure weer. Peil ook links en rechts om zo het bodemprofiel in kaart te brengen.

Reageren op een aanbeet

Zoals gezegd is de aanbeet van een blankvoorn zeer snel. Reageer hierop door gecontroleerd en met gevoel aan te slaan. Staat er een zijwaartse harde wind, sla dan aan met de windrichting mee. Zo is er meteen contact met de vis.
Als er tegen de wind in aangeslagen wordt, ontstaat er een bocht in de lijn en mis je het directe contact.

Feedervissen op blankvoorn

Bij deze techniek volgt de beetherkenning niet via een dobber, maar via het puntje van de hengel, oftewel de feedertop. De aasaanbieding is op de bodem. Door telkens een kleine hoeveelheid voer te brengen middels de voerkorf, wordt de voerplek gestaag opgebouwd. Het bereik van een feeder is een enorm voordeel. Of men de vis strak tegen de overkant moet zoeken - of juist in de diepere gedeeltes in de wintermaanden - met de feederhengel kan het.

Hengel

Een feederhengel met een maximaal werpgewicht van 50-70 gram is voldoende er vanuit gaande dat je de vis niet in de volle stroming van een grote rivier gaat zoeken. Een hengel met een semi-parabolische actie en een zeer gevoelige hengeltop is ideaal. Dit combineert een fijngevoelige beetregistratie met de stugheid in de hengel om de haak snel te kunnen zetten. Vis je niet verder dan zo'n 15 meter uit de kant en staat er nauwelijks stroming, dan kun je ook kiezen voor een winkle picker. Zeker de grotere exemplaren voorns bieden echt sport aan deze haast in vergetelheid geraakte voorloper van de feederhengel.

Hoofdlijn

Aan een gevoelige feedertop alleen heb je niet voldoende. De snelle aanbeet van een blankvoorn moet via de lijn naar de top overgebracht worden en als er veel rek in de lijn zit, zal deze vertraagd doorkomen of zelfs helemaal niet. En een blankvoorn haakt zich zelden vanzelf. Daarom kiezen we altijd voor een gevlochten lijn. zo worden de meest subtiele aanbeten zichtbaar.

Albrightknoop

  Belangrijk: Gebruik altijd een voorslag. Dit is een nylon lijn van circa 2x de hengellengte. Dit is nodig om de krachten te absorberen die vrijkomen bij het inwerpen van de voerkorf en de extra demping bij het drillen. Over de voorslag schuift de voerkorf en wordt de onderlijn aan bevestigd. Een zeer goede lijn is de Shimano Technium. Deze is uiterst slijtvast, sterk met weinig geheugen in de rek. Een dikte van 20/00 á 22/00 is aan te raden. Om de twee lijnen met elkaar te verbinden, gebruiken we de 'voorslagknoop'. Deze moet sterk zijn maar ook dun want deze moet wel moeiteloos door de ogen van de hengel kunnen glijden. Op de afbeelding rechts zie je de Albrightknoop welke ideaal is in deze situatie.

Montage

De montage is een standaard inline systeem waarbij de voerkorf over de voorslag schuift. Hierbij kun je gebruik maken van een wartel of speciale feeder beads. Deze wordt gestuit door de bevestiging van de onderlijn aan de hoofdlijn. Vergeet de zogenaamde 'lus-in-lus' systemen waarbij de vis zichzelf zou moet haken. Zoals gezegd, haakt een blankvoorn zich niet snel zelf en bovendien is deze montage uiterst visonvriendelijk, omdat na een eventuele lijnbreuk de vis zich niet van het lood kan ontdoen.

Blankvoorn montages

Voor een uiterst gevoelige montage - bijvoorbeeld in de winter - draai je het geheel om. Dus waar normaal de voerkorf is bevestigd, bevestigen we nu de onderlijn. Nu schuift de onderlijn over de voorslag en zit de voerkorf bevestigd aan het einde van de voorslag. Bij een aanbeet trekt de onderlijn krachtiger aan de hoofdlijn en voelt de vis iets minder weerstand. Bij de eerste montage zal de vis eerder het gewicht van de voerkorf opmerken.
Beide montages zijn goed en de keuze is persoonlijk. Het belang is altijd meteen te reageren bij een aanbeet.

Onderlijn

Een nylon onderlijn in dikte tussen de 12/00 en 14/00 is voldoende. Houd de lengte tussen de 40cm en 60cm. Controleer deze regelmatig op beschadigingen en slijtage en vervang deze desnoods.

Trotten op blankvoorn

AAS

Met zijn eindstandige bek is de blankvoorn geen bodemvis. Hij kan in alle waterlagen aangetroffen worden. Je zult dus moeten uitzoeken op welke diepte de vis zich bevindt en welk aas hij op dat moment prefereert. Lok de vis met een voertje. De vis houdt zich niet steeds op dezelfde plaats op en trekken vaak als het ware met de wind mee. Een aanlandige wind en behoorlijke golfslag zijn perfecte condities om kans te maken op veel blankvoorns. In de wintermaanden verzamelen ze zich massaal in de havens en is de feeder bij uitstek dé hengel om ze te vangen. De vis leeft in deze maanden nagenoeg op de bodem en met het bereik van een feederhengel kan je alle kanten op. Verplaats af en toe je aas door aan de lijn te trekken. Grote kans dat blankvoorn je aas meteen grijpt. Goede aassoorten zijn: maden, maïs, brood en hennep.

VAN AANBEET TOT SCHEPNET

VISVEILIGHEID

Was deze informatie nuttig?

JA
0
NEE
0