HOE VIS IK OP KOPVOORN?

Kopvoorn moet je echt zoeken in de meer kleinere rivieren en laaglandbeken met volop schuilmogelijkheden onder oevers en andere obstakels. Ze zijn niet schuw om een lekker ruikende pellet, stukje kaas of maden te pakken. Aanbeten kunnen snoeihard zijn en typerend is het dicht bij de bodem blijven en trachtend steeds onder de oever te willen duiken.

Zowel met de feeder of trottend is deze vis goed te vangen. Topuren zijn toch wel de vroege ochtend of later in de avond. Laten we de kopvoorn eens nader bekijken.

Uiterlijk

Kopvoorn (Squalius cephalus) behoort tot de familie van de karperachtigen (Cyprinidae) en is een langgerekte, torpedovormige vis met een relatief brede kop (2). De randen van de schubben zijn donker waardoor er een netvormige tekening op de flanken ontstaat. Onder de zijlijn liggen, geteld in de richting van de aangegeven pijl 3-4 rijen schubben (de schub op de zijlijn niet meegeteld) (1). Jonge dieren zijn zilverkleurig, oudere dieren vaak olijfbruin tot bronskleurig. Kopvoorn kan tot 80 cm groot worden maar in Nederland worden de dieren doorgaans niet groter dan ruim 60 cm.

Graskarper, winde en serpeling vertonen overeenkomsten met kopvoorn. Het onderscheid bij dieren langer dan 10 cm is te maken op basis van de vorm van de anaalvin. De rand van de anaalvin van kopvoorn is bolrond (3) terwijl deze bij graskarper recht en bij serpeling en winde holrond tot recht is. Serpeling heeft bovendien een onderstandige bek, die van kopvoorn is eindstandig.

Leefgebied

Het verspreidingsgebied van kopvoorn loopt van Frankrijk tot zuid ScandinaviĆ« en van Engeland tot aan de Oeral. Het voornaamste leefgebied ligt in de middenlopen van rivieren, maar ook in de kleinere bovenlopen en in de benedenlopen komt de soort voor. In Nederland ligt het belangrijkste leefgebied in de Grensmaas en de beken die hierop uitmonden. Kopvoorns prefereren structuurrijke rivierdelen waar snel- en langzaamstromende delen elkaar afwisselen. Ze bevinden zich vaak in de beschutting van holle oevers, overhangende bomen of plantenbedden in de diepere en minder snel stromende delen. Er wordt gepaaid vanaf mei in ondiep snelstromend water boven grind, grof zand en waterplanten. De jonge dieren groeien op in de ondiepe oeverzones en voeden zich met plantmateriaal, insecten en andere ongewervelde waterdieren. Volwassen kopvoorns eten ook visjes en amfibieën.

Bescherming

Kopvoorn is een vrij zeldzame soort in Nederland die in het verleden achteruit gegaan is door het verslechteren van de waterkwaliteit en het normaliseren van beken en rivieren. Het herstel van de natuurlijke riviermorfologie, het verwijderen van stuwen of de aanleg van vispassages kunnen leiden tot het herstel van leefgebieden. Kopvoorn is opgenomen in de Visserijwet met een minimummaat van 30 cm en een gesloten tijd van 1 april tot 31 mei. Op de Rode Lijst heeft de soort de status ‘kwetsbaar’.

De beste tijd om kopvoorn te vangen, ligt tussen eind juni tot in maart.
Maar met vissen weet je het nooit en zijn er altijd uitzonderingen op de regel!

Geschatte vangkans
september 2017
GOED

TECHNIEKEN

Op kopvoorn vissen kun je met de feederhengel of met een dobber driftend in de stroming. Persoonlijk verkies ik de feeder, met als aas een blokje kaas, pellets, e.d. welke een mooi geurspoor afgeven in de stroming, maar ook de aanbeten vind ik spectaculair.
Het grote voordeel van trotten is, dat je het aas heel subtiel en op een natuurlijke manier langs de oever in de stroomnaad kunt presenteren langs holen in de oever of overhangende takken. In bijna alle ondiepe (laagland)beken is dit vaak de enige effectieve techniek.

Trotten op kopvoorn

Feedervissen op kopvoorn

AAS

VAN AANBEET TOT SCHEPNET

VISVEILIGHEID

Was deze informatie nuttig?

JA
0
NEE
0