HOE VIS IK OP ROOFBLEI?

Roofblei is een exoot welke zich prima gevestigd heeft tussen de algemene visstand in onze wateren en is vergelijkbaar met de winde. Roofblei zwemt in veel wateren, doch de grote exemplaren houden zich doorgaans op in de grote rivieren zoals de Maas, IJssel, Waal e.d. waar ze jagen op speldaas in de stroming.

In de avondschemering is de roofblei vaak het meest actief. De vis houdt zich net buiten de stroming op en jaagt op kleine visjes die in de stroming gedesorienteerd raken. Met kleine spinners, lepels of pluggen zoek je de vis op, waarbij je het aas razendsnel binnen vist. Maakt het kunstaas te weinig snelheid, dan merkt de roofblei dit al snel en herkent dit niet zoals zijnde echte vis!

Uiterlijk

Roofblei (Aspius aspius) behoort tot de familie van de karperachtigen (Cyprinidae) en heeft een langgerekt zijdelings afgeplat lichaam met zilverkleurige flanken. Kenmerkend is de grote bovenstandige bek met een puntig onderkaak die in een kuiltje in de bovenkaak valt (1).

De brede, schuin omhoog gerichte bek, loopt door tot onder het oog (2). Roofblei kan circa 1 meter lang worden. Gelijkende karperachtigen zoals winde en alver hebben een kleinere bek zonder kuiltje in de bovenkaak. Spiering heeft een vetvin.

Leefgebied

Het oorspronkelijke leefgebied van roofblei strekt zich van Oost-Duitsland uit tot aan de Aral Zee. In Scandinavië komt de soort alleen in de zuidelijke delen voor en roofblei is afwezig in Italië en ten zuiden van Albanië. In Duitsland is roofblei eind 20e eeuw uitgezet ten behoeve van de hengelsport en heeft zich vanuit hier waarschijnlijk naar Nederland verspreid. De eerste Nederlandse waarneming werd in 1984 in de Roer gedaan en betrof in Duitsland uitgezette dieren. Tegenwoordig komt de soort in alle grote Nederlandse rivieren en de hiermee verbonden wateren zoals meren en kanalen voor. Vroeg in het voorjaar migreert roofblei stroomopwaarts naar de paaiplaatsen. Hierbij kunnen ze grote afstanden afleggen. Er wordt gepaaid in stromend water op grindrijke bodems of plaatsen met vegetatie, vermoedelijk wordt er ook gepaaid in overstroomde uitwaarden. Na één tot twee weken komen de eitjes uit en laten de larven zich meedrijven met de stroom naar langzaam stromende rivierdelen zoals nevengeulen waar ze opgroeien. Jonge dieren voeden zich met kleine ongewervelden zoals aasgarnaaltjes, vlokreeftjes en insectenlarven. Vanaf 30 centimeter staat hoofdzakelijk vis op het menu.

Bescherming

Roofblei is een uitheemse soort in Nederland die in de grote rivieren en de hiermee verbonden wateren vrij algemeen voorkomt. Er zijn geen aanwijzingen dat de soort een negatieve invloed op de inheemse visfauna heeft. In Nederland is de soort sinds 2010 opgenomen in de Visserijwet, zonder gesloten tijd of minimummaat. In het oorspronkelijke leefgebied is roofblei beschermd middels bijlage II van de Habitatrichtlijn.

De beste tijd om roofblei te vangen, ligt tussen begin juli tot eind november.
Maar met vissen weet je het nooit en zijn er altijd uitzonderingen op de regel!

Geschatte vangkans
september 2017
ZEER GOED

TECHNIEKEN

Als je aan visen op roofblei denkt, denk je aan de grote exemplaren ... waarschijnlijk. Kleine exemplaren zijn echter ook goed en vooral in grote aantallen te vangen met de feeder of vaste stok met maden als aas.

Ik licht enkel de techniek met kunstaas toe. Laten we eens kijken!

Met kunstaas op roofblei vissen

Zie je ze jagen, dan pak je ze meestal niet. Zie je niets, dan kan het vaak helemaal los gaan. Vaak liggen er meer roofbleien op een stek dan je zou vermoeden. Maar als je er enkele vangt, verstoor je de rest en is het zaak een andere stek te zoeken of de plek even met rust te laten.

Bij het vissen op roofblei gebruik je klein kunstaas, gezien deze vis hoofdzakelijk op kleinere vissen jaagt. Belangrijk is dat het kunstaas zijn actie behoudt in de sterke stromingen en probeer diverse pluggen, lepels en shads uit om te kijken wat het beste werkt.

De absolute hotspot bij kribben is de kop van de krib. Om de vis niet te verstoren, blijf je zelf zo ver mogelijk weg bij de waterlijn. In veel gevallen grijpt de roofblei het kunstaas vlak vóór de stenen, vlak voor je het aas uit het water tilt. Stel de slip van je reel of molen daarom soepel af.

Gooi het kunstaas over de stroomkolk in en draai deze met een vlotte inhaalsnelheid binnen. Varieer tussen wat langzamer en snel om aanbeten uit te lokken. Je hoeft niet als een bezetene het aas binnen te draaien, maar ook niet tergend langzaam, want de roofblei merkt dan snel op dat het geen echte vis is. Als je de roofbleien ziet, houd dan enige afstand en bevis de stek uit verschillende hoeken.

Rivier de Waal is een troebel water waardoor stroomafwaarts van elke krib een aardige stroomkolk staat. Deze topstek is ook overdag goed te bevissen en niet zoals vele denken, alleen 's morgens of 's avonds. Voor de Lek, Nederrijn, Maas en ook de IJssel ligt het weer anders. Deze rivieren zijn stukken helderder en de afvoer is ook aanzienlijk lager. Op deze wateren is het wel raadzaam om vroeg of laat op de dag op roofblei te gaan vissen omdat dan de vis aanzienlijk actiever is. Roofblei ligt hier ook minder verspreid dan op de Waal. Zoek daarom hotspots bij stuwen, centrales, etc, maar houd vooral de vergunningvoorschriften in de gaten!

Stroomlijn krib

Tenslotte zijn er altijd uitzonderingen, met name in het naseizoen, zoals de maanden november en december. Wanneer het water koud is, is de roofblei ook minder actief en azen ze op bepaalde momenten van de dag. Het gekke is, dat ze juist dan ook ver uit de stroming liggen in rustiger water, vlak bij de oever. Door de rustigere stroming spaart de vis energie. Het speldaas idem en zoekt ook een rustigere stroming op. Heb je eenmaal zo'n stek ontdekt in de winter, dan vind je ze doorgaans het jaar erop weer op deze stek!

AAS

Voor het vissen op roofblei gebruik je kunstaas tot een grootte van circa 10cm. Softbaits, pluggen, lepels, twisters, spinners, allemaal kunstaas dat goed werkt, mits het aas zijn actie goed vertoont. Lichte spinners komen in de stroming snel naar de oppervlakte en als je de hengeltop dan niet laag houdt, slaat de spinner steeds over. Vis je met een te zware lepel, dan ben je voortdurend bezig om de lepel van de grond te houden en het draait behoorlijk zwaar. Een gewicht tussen de 12 en 16 gram is doorgaans voldoende. Wissel regelmatig van kleur en bevis de stek vanuit verschillende hoeken.

VAN AANBEET TOT SCHEPNET

De aanbeet van een roofblei hoeft niet altijd hard te zijn. Vaak slaat de vis toe als het kunstaas vlak bij de oever komt en gaat er vervolgens flink vandoor. Roofblei is een felle vechter en probeert al kopschuddend zich van het kunstaas te ontdoen. De lijn strak houden is absolute noodzaak! Vergis je niet als je uiteindelijk denkt dat de vis zich gewonnen geeft, want ze hebben nog genoeg reserve-energie. Zorg er dus voor dat de slip soepel ingesteld staat.

VISVEILIGHEID

Naast het feit dat roofblei een sterke vis is, is deze ook kwetsbaar tegelijk. Roofblei is een witvis en land deze NOOIT middels de kieuwgreep. De bouw van deze vis is heel anders dan bij snoek of snoekbaars. Voorzichtig uit het water tillen en meteen op een onthaakmat leggen. Op de onthaakmat is roofblei vaak nog een al energie, dus voorkom dat de vis er af kan glijden of springen. Onthaakmatten met opstaande randen genieten de voorkeur. Zet de vis zo snel mogelijk weer terug in het water vanuit de onthaakmat. Leg deze met vis in het water en laat de roofblei langzaam weer vrij.

Was deze informatie nuttig?

JA
0
NEE
0