HOE VIS IK OP WINDE?

Winde is met veel technieken te vangen. Welke de beste is, hangt af van diverse facetten. In de warme zomermaanden zijn uitzonderlijk grote exemplaren te vangen met de korst aan de oppervlakte in de grote rivieren, terwijl je in de wintermaanden de winde het beste kunt zoeken met de feeder op de bodem.

Net zoals roofblei is winde ook te vangen met klein kunstaas, zoals kleine spinners en shadjes. Hoe het werkt, lees je allemaal op deze pagina.

Uiterlijk

De winde (Leuciscus idus) behoort tot de familie van de karpers (Cyprinidae) en heeft een langgerekt, zijdelings afgeplat, lichaam met zilveren flanken en een relatief kleine eindstandige bek (1). Oudere dieren krijgen vaak een donkere grijs- tot groenbruine kleur. De soort kan 70 cm groot worden maar wordt doorgaans niet groter dan 60 cm. Vooral de jongere windes worden gemakkelijk verward met andere karperachtigen zoals blankvoorn, kopvoorn, sneep, serpeling en roofblei.

Het onderscheid met blankvoorn is te maken op basis van het aantal schubben op de zijlijn (winde: 55-61, blankvoorn: 39-48) (3). Kopvoorn heeft een bolronde anaalvin, die van winde is recht tot holrond (2). Sneep en serpeling hebben een onderstandige bek en sneep heeft een vlezige neus. Roofblei heeft een grote bovenstandige bek met een puntig eindigende onderkaak die in een kuiltje in de bovenkaak valt.

Leefgebied

Winde komt in een groot deel van Europa voor, maar niet in Zuid-Europa, Ierland en Schotland. Het verspreidingsgebied strekt zich tot diep in Aziƫ uit ten noorden van de Zwarte - en Kaspische Zee. Volwassen winde leeft in de hoofdstroom van de langzamer stromende benedenlopen van rivieren en de hiermee in verbinding staande wateren. Bij het aanbreken van de paaitijd, in de periode van maart tot mei, trekken de volwassen dieren naar de paaigronden. Dit zijn oeverzones van stromende wateren, zoals beken en rivieren, waarbij de bodem bestaat uit zand of grind. Tijdens hoogwater wordt ook gepaaid op ondergelopen graslanden in de uiterwaarden van de rivieren. Bij de trek kunnen afstanden tot meer dan 100 km worden afgelegd. Meestal paait een vrouwtje met meerdere mannetjes. De eieren zinken naar de bodem waar ze zich hechten aan waterplanten(resten) of grind en stenen. Juveniele winde groeit op in de ondiepere langzaam stromende oeverzones. Naarmate de dieren groter worden, trekken ze naar dieper water. De soort eet voornamelijk dierlijk voedsel, zoals insectenlarven, slakken, mosselen en kleine vissen.

Bescherming

In Nederland is winde een vrij algemene vissoort in de grote rivieren en de daarmee verbonden wateren. Het herstel van de natuurlijke riviermorfologie, het verwijderen van stuwen of de aanleg van vispassages kunnen leiden tot het verbeteren van leefgebieden. De soort is opgenomen in de Visserijwet met een minimummaat van 30 centimeter en een gesloten tijd van 1 april tot en met 31 mei.

De beste tijd om winde te vangen, ligt tussen begin juni tot in december.
Maar met vissen weet je het nooit en zijn er altijd uitzonderingen op de regel!

Geschatte vangkans
september 2017
GOED

TECHNIEKEN

Zoals gezegd is het vissen op winde veelzijdig aan technieken. We belichten het vissen op winde met de feeder, het trotten en het aan de oppervlakte vissen met brood.

Feedervissen op winde

Trotten op winde

Met de korst op winde

AAS

VAN AANBEET TOT SCHEPNET

VISVEILIGHEID

Was deze informatie nuttig?

JA
0
NEE
0